|
In Memoriam Laurens Koppenaal
Laurens Koppenaal heb ik bijna 10 jaar geleden leren kennen bij de oprichtingsvergadering van het ROA op 24 november 2001. Hij was toen al een van de oud(st)gedienden. Ik herinner mij dat nog goed, want hij kwam laat binnen omdat hij zich eerst had gemeld in ’t Harde i.p.v. in Garderen. Het enthousiasme straalde van hem af ondanks de vele kilometers omrijden en het tijdverlies.
Laurens was met zijn leeftijd van 80 jaar de nestor van het ROA. Hij heeft indertijd als dienstplichtig kanonnier (lichtingsploeg 52-1) gediend bij het Korps Luchtdoelartillerie en was ingedeeld als hoornblazer op de Koudenhornkazerne te Haarlem. Bij diverse gelegenheden heeft hij mij vele anekdotes verteld uit zijn diensttijd, waarbij ik de indruk kreeg dat hij als muzikant bij de Artillerie een goede diensttijd heeft gehad.
Laurens heeft niet bij het ATK gediend, want dat werd pas in 1960 officieel opgericht, maar hij voelde zich uitstekend op zijn plaats tussen al die jongelui van latere lichtingen. Het ROA prees zich gelukkig met zo’n enthousiast lid die een schat aan ervaring had op muzikaal gebied. Dat kwam mede door zijn lidmaatschap van de muziekvereniging “Amicitia” in zijn woonplaats Dirksland (op het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee) waar hij sinds 1964 (dus 46 jaar) lid van was. Nagenoeg op iedere repetitie in ’t Harde en bij elk concert stond hij paraat en werd daarbij vergezeld door zijn echtgenote Bep. In 2006 was hij eenmaal afwezig bij het concert in Drenthe. De reden hiervan was niet de afstand maar de huldiging op die dag van hem en zijn echtgenote bij de Christelijke Gemeentelijke Zangvereniging “Sursum Corda” uit Dirksland, vanwege het feit dat zij beiden 45 jaar lid van dit koor waren.
Helaas belette zijn leeftijd en zijn instrument (een grote bes-bas) deelname aan lopende optredens. Zo heeft Laurens bij menig concert van het ROA in Nederland en bij buitenlandse concerten en optredens in Oostenrijk en Duitsland zijn eigen partij meegeblazen. In Salzburg hebben we met het ROA een zoutmijn bezocht. Tijdens de afdaling in de mijn moest gebruik gemaakt worden van een soort glijbaan. Terwijl de meeste muzikanten nog stonden te bekijken hoe dat zou moeten, sprongen Laurens en Bep als eersten in hun witte overalls onvervaard hand in hand de diepte in. Twee jaar geleden in Heidelberg moesten zij nog ervaren hoe het was om in een Duitse jeugdherberg, waar we door de generaal waren ondergebracht, gescheiden te moeten slapen. Want zo waren daar de regels. Ik neem aan dat zijn collega’s en onze partners hem en haar niet in het bovenste stapelbed hebben laten slapen.
Op 5 februari 2011 heeft hij zijn besluit om te stoppen met zijn muzikale optredens als artillerist gestand gedaan door zijn uniformen en muziekpartijen in te leveren. Tijdens het geanimeerde afscheid waarbij uiteraard ook Bep, zijn zoon André en zijn twee kleinzoons aanwezig waren werd hij benoemd tot Erelid van het ROA. Dit als uiting van grote waardering en erkentelijkheid voor het langdurig functioneren als muzikant in de bassectie van het orkest en het frequent deelnemen aan optredens in Nederland en in het buitenland en de daarbij behorende repetities. De afspraak om op later datum nog eens in Dirksland voor hem te komen musiceren was bedoeld als Laurens hersteld zou zijn van de kaakoperatie. Helaas lossen we deze belofte nu in met een muzikale bijdrage aan zijn afscheidsdienst. Maar wij vinden het een eer om die uit te voeren.
Namens het ROA wens ik Bep, André en alle andere familie veel sterkte met het verlies van Laurens. Wij zullen hem missen bij het ROA maar kunnen terugdenken aan de vele plezierige momenten die we in de afgelopen jaren met Laurens hebben gehad. Goede herinneringen om te koesteren en te bewaren in je hart.
F.T. Dúrst Britt, voorzitter ROA
In Memoriam Nico Schukking
Bij het overlijden van
Nico Schukking (1947-2011)
Het overlijden van Nico Schukking op 17 januari 2011, 2 dagen na de laatste bijeenkomst van het Reünie Orkest Artillerie Trompetterkorps (ROA) werd door alle vrijwilligers van het ROA en het NAM (het Nederlands Artillerie Museum, waar hij in de vorige week nog de receptie had bezet) met grote verbazing en ongeloof ontvangen. Het was ons bekend dat hij vorig jaar een aantal zware operaties had ondergaan, maar daar was de laatste tijd niets meer van te merken. Ik ken Nico sinds juni 2004 en heb samen met hem vele werkzaamheden voor dat orkest uitgevoerd. We kwamen meestal als eerste en gingen als laatste weg. Ook bij het museum heb ik regelmatig met hem contact gehad.
Nico wilde zelf muziek maken
Nico meldde zich bij het ROA nadat hij een bezoek had gebracht aan een van onze concerten. Hij was een liefhebber van militaire muziek en vroeg of er plaats voor hem was bij het ROA. De voorwaarden daarvoor zijn dat je als dienstplichtig muzikant bij het ATK moet hebben gespeeld of dat je bij de Artillerie moet hebben gediend (dat deed Nico want hij was opgekomen op het Depot Artillerie in Ossendrecht) en dat je een flinke dosis muzikale affiniteit moet hebben. Dat was bij Nico wat minder ondanks verwoede pogingen om zijn slagwerk te verbeteren. Na een gesprek met onze dirigent en het sectiehoofd is toen besloten dat hij mijn rechterhand zou worden om alles te regelen dat niet direct met muziek maken van doen had. Urenlang heb ik met hem zitten praten wat hij allemaal zou willen doen en moest ik hem afremmen in zijn enthousiasme. Zo had hij al contact gezocht bij de Nederlandse ambassades in Londen en Parijs om daar een optreden te regelen voor het ROA. Prachtig natuurlijk maar het ROA was (naar mijn mening) nog absoluut niet toe om op dat niveau een topprestatie te leveren.
Nico was een doener
Nico zat vol met ideeën, wilde daar graag over praten en dan ook uitvoeren. En hij was niet te beroerd om daar zelf ook aan meewerken. Om u enkele voorbeelden te geven: de Artiestenbar (de huidige ontvangst- en opslagruimte van het ROA) op de kazerne in ’t Harde is voor het grootste deel door hem schoongemaakt, opgeknapt en ingericht. Tijdens de buitenlandse reis van het ROA naar Edinburgh reed Nico de personencombi. Samen met hem heb ik de ceremoniële uniformen versleept naar de kleermaker in Baarn. Het laten vervaardigen van de muziekbanier van het ROA was ook een initiatief van Nico; hij was tenslotte niet voor niets banierdrager (tot zijn knieën waren versleten). Bij optredens was hij als kwartiermaker vroeg ter plaatse aanwezig en ging pas weg als de laatste muzikanten weer waren vertrokken. Koffie zetten voor de muzikanten op de kazerne bij de zaterdagse muziekrepetitie was de lust van z’n leven; slechts 1x was ik eerder op de kazerne, maar toen was ik daar ook blijven slapen.
Nico was een gezelligheidsmens met een eigen gevoel voor humor
Dat niet iedereen bij het orkest zijn initiatieven en zijn manier van optreden kon waarderen, heeft hem op een gegeven moment ook doen besluiten om te stoppen met het ROA en is hij vrijwilliger geworden bij het Nederlands Artillerie Museum (het NAM, ook in ’t Harde). In die periode had hij zijn werkzame periode als buschauffeur afgesloten en wilde hij toch graag onder de mensen blijven. Bij het NAM heeft hij eerst werkzaamheden verricht bij de groep Groot en Rollend Materieel (mede vanwege zijn busrijbewijs). Samen met een andere vrijwilliger heeft Nico (in gezelschap van Rita) op menige verzamelbeurs en rommelmarkt een verkoopstand van het NAM bemand om overtollige militaria te gelde te maken. Hierbij kwam zijn spreekvaardigheid zeer van pas. Ook had hij zijn wekelijkse bezetting van de receptie van het NAM mocht hij vele bezoekers ontvangen. Zijn collega-receptionist heeft mij in vertrouwen verteld dat hij blij was dat zijn vrouw hem naar huis reed omdat Nico hem helemaal suf had gekletst.
Nico was een gevoelsmens
Op een gegeven moment (enkele jaren geleden) had ik weer een gesprek met Nico en vroeg hij mij of hij niet weer terug mocht komen bij het ROA, waarin ik heb toegestemd. Op 25 maart 2007 deed Nico belijdenis in de Grote Kerk in Apeldoorn en bij die gelegenheid is er bij het ROA (naar aanleiding van zijn verzoek) voor het eerst een blazersensemble geformeerd dat de dienst muzikaal ondersteunde. Het was een unieke ervaring. Na afloop kregen we het verzoek van de dominee of we nog eens terug wilden komen. Dat dit vanwege de begrafenis van Nico zou zijn, had niemand kunnen vermoeden.
Nico’s laatste actie bij het ROA
De start voor het ROA in 2011 begon met een goede muziekrepetitie op zaterdag 15 januari, waarbij er een prima opkomst was. Net als altijd had Nico zijn koffiekannen en gebak klaar voor de muzikanten en kreeg ik de opdracht om de volgende keer een scherper taartsnijmes te regelen.
Nico hield van veel soorten muziek. Hij had mij die ochtend verteld over een balletuitvoering van het Zwanenmeer. Vorig jaar had hij mij uitgebreid geïnformeerd over de Queen-musical die hij had bijgewoond. Het zal hem veel plezier hebben gedaan dat het ROA dit jaar de Bohemian Rapsodie op haar repertoire heeft gezet en die middag ook dat muziekstuk repeteerde.
Na afloop van de repetitie zat ik te praten met vertegenwoordigers van de Nationale Taptoe in Rotterdam. Nico had de leiding in de Artiestenbar en had daar (weer) het hoogste woord. Bijna aan het eind van die bespreking kwam Nico naar ons toe en vertelde mij dat alle muzikanten weer huiswaarts waren gegaan en dat hij alles had opgeruimd. Hij wenste ons een prettig weekend en tot de volgende bijeenkomst op 5 februari.
Alleen die volgende keer zal hij er niet meer bij zijn en zullen we hem en zijn aparte Amsterdamse gevoel voor humor zeker missen.
Namens de medewerkers van het ROA en het NAM wens ik Rita, Louise en hun familie veel sterkte met her verlies van Nico in deze moeilijke periode.
Het was zijn collega’s van het ROA een eer om ook tijdens de uitvaartdienst van Nico een muzikale bijdrage te mogen leveren en bij zijn graf de Taptoe Bereden Wapens te laten klinken.
Nico, rust in vrede.
F.T. Dürst Britt
voorzitter ROA en secretaris a.i. NAM
In Memoriam Piet van der Burgt

| De Mortel, 28 januari 1953 |
Gemert, 16 juli 2008 |
Na een kortstondige ziekte is rustig ingeslapen onze Piet.
Hij was baritonmuzikant en o.a. lid van het Reünie Orkest Artillerie Trompetterkorps (ROA), waarbij Piet sinds de oprichting ervan in 2001 betrokken was. Dit orkest zet op muzikale en militaire wijze de traditie voort van het in 1960 opgerichte- en in 1995 opgeheven Artillerie Trompetterkorps (ATK).
Piet werd opgroepen voor het vervullen van de militaire dienstplicht bij lichtingsploeg 1973-2 en is opgekomen in Havelte. Na de basisopleiding van twee weken volgde een overplaatsingnaar het Trompetterkorps der Artillerie dat op dat moment was gestationeerd op de Legerplaats ’t Harde. De leiding van hert ATK berustte toen bij kapelmeester Van Uffelen (†) en opperwachtmeester muziekinstructeur Joop van Wakeren. Deze herindeling gebeurde ongetwijfeld op grond van zijn muzikale kwaliteiten die hij had opgedaan bij de muziekvereniging in zijn toenmalige woonplaats Boekel (NB).
Eind 2001 werd een oproep gedaan aan oud-leden van het ATK om de mogelijkheid te onderzoeken voor het formeren van een reünieorkest die in het jubileumjaar 2002 (waarin 325 jaar Artillerie werd gevierd) extra muzikale steun zou kunnen bieden. Ondanks het feit dat Piet niet zo’n echte militair was geweest, behoorde hij tot een van de eersten die hieraan hun medewerking verleenden. Aan het eind van dat jaar werd door de leden van het ROA unaniem besloten dit samenwerkingsverband voort te zetten; inmiddels dus ruim 6 jaar.
In de afgelopen jaren is deze band niet alleen muzikaal gesmeed door de dirigenten Henk van ’t Veer en Joop van Wakeren, maar is die ook uitgegroeid tot een hechte vriendenkring, waarbij ook de partners en andere familie werden betrokken. Hierbij denk ik met veel plezier aan onze reis naar de Military Tattoo Edinburgh in 2006, waaraan Piet en Truus ook deelnamen. De mededeling van enkele weken geleden dat Piet ernstige klachten had waarvan achteraf blijkt dat hij die ziekte al enige jaren met zich meedroeg, kwam ook bij zijn ROA-vrienden ook hard aan.
Wij hebben Piet leren kennen als een leergierige persoon die zijn muzikaal aandeel aan een repetitie of optreden goed had voorbereid. Bij zeer veel repetities en optredens was hij aanwezig ondanks de grote afstand vanuit Gemert. Ook stond hij altijd klaar voor zijn medeleden van de baritonsectie, door bijvoorbeeld een extra exemplaar van de te spelen muziek uit te kunnen delen. Door zijn manier van optreden had hij ook direct contact met en waardering van de nieuwe leden Hij had een geweldig doorzettingsvermogen, dat ook bleek tijdens zijn laatste optreden met het ROA afgelopen 5 mei t.g.v. het Vrijheidsdefilé in Wageningen.
Dat doorzettingsvermogen zag ik ook tijdens mijn bezoek 10 dagen geleden in Gemert bij Piet en Truus. Piet sprak toen met dankbaarheid over zijn tijd bij het ROA en met liefde over de fijne dingen die hij in de afgelopen weken met zijn gezin nog heeft kunnen doen.
Er is een militair trompetsignaal voor afscheid nemen en dat bestaat uit het blazen van de Last Post of zoals in Nederland: de Taptoe. Aangezien Piet heeft gediend bij het Wapen der Artillerie zal de Taptoe Bereden Wapens door Jaap Ouwehand van het ROA ten gehore worden gebracht.
Ik wens namens alle leden en partners van het ROA, Truus, Martijn en Moniek, Wieger en de familie veel sterkte met het verlies van Piet. Hou ja vast aan de goede herinneringen die jullie samen hebben beleefd.
Piet, rust in vrede, wij zullen je missen.
F.T. Dürst Britt , voorzitter ROA
|